Terug naar A2
Gesprek · A2

In de Supermarkt

At the Supermarket

Sander: Eva, wat moeten we vandaag kopen in de supermarkt? Eva: We moeten brood, kaas en groenten hebben voor het avondeten. Sander: Kun je ook wat fruit meenemen? Ik wil graag appels. Eva: Ja, dat kan. Mag ik ook een pak koekjes uitkiezen? Sander: Natuurlijk mag dat, maar we moeten niet te veel snoepen. Eva: Haha, dat is waar! Waar kunnen we de eieren vinden? Sander: Die moeten daar bij de zuivelafdeling liggen. Eva: Oh ja, ik zie ze al. Moeten we ook nog melk hebben? Sander: Nee, we hebben thuis nog genoeg melk. We hoeven niets te kopen. Eva: Kijk, je kunt hier zelf je boodschappen scannen bij de kassa. Sander: Handig, dan hoeven we niet lang in de rij te wachten!
NederlandsEnglishVoorbeeld
De groentenVegetablesGroenten zijn heel gezond.
MeenemenTo take along / pick upKun je brood meenemen van de bakker?
UitkiezenTo choose / pick outJe mag zelf een taartje uitkiezen.
SnoepenTo eat sweets / candyKinderen houden van snoepen.
De zuivelafdelingThe dairy sectionDe yoghurt staat op de zuivelafdeling.
ScannenTo scanIk moet de streepjescode scannen.
In de rij wachtenTo wait in lineEr staan veel mensen in de rij te wachten.